compañero eerste stamgast
compañero
dode perenbomen, grondstof voor stamgasten
compañero in ziekenboeg
stamgasten reunie
compañero terug naar het zuiden
compañero op de reiskist op wielen
havebrake genaamd la venta
fincavlag op era

 

homepage
wera verhalenoverzicht
stamgastenoverzicht 1
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

De eerste stamgast
 
In zijn vierde levensjaar is de Compañero, want zo heet de eerste stamgast,
alweer even kleurrijk als bij zijn geboorte in het zuiderlicht.
Omringd door meer dan honderd mede stamgasten staat hij opnieuw op de finca la Venta del Sur.
Hij is er nog een beetje confuus van…. zoveel maatjes, zoveel andere compañeros, waarvan hij de eerstgeborene is…. dat heeft hij nooit eerder gezien.
Hij kijkt dan ook zijn ogen uit. Bij wijze van spreke natuurlijk…. omdat stamgasten niets anders zijn dan omgezaagde, in vormgehakte en beschilderde dode perenbomen, die bij tientallen op de finca staan.

Omdat de finca La Venta heet, wat herberg betekent, ligt het voor de hand deze bewoners stamgasten te noemen.
Gelukkig zijn de dode perenbomen behoorlijk flexibel, vooral als je ze op de kop zet….
daar zijn ze namelijk geheel ondersteboven van en daarom geven ze zich vrij eenvoudig bloot en kun je ze een nieuwe vorm geven, zolang deze maar voldoet aan hun eigen natuur, en zolang je maar rekening houdt met hun persoonlijkheid….. de boreling laat zich hierna gewillig inkleuren….
Zo kun je dode perenbomen opnieuw laten leven als stamgasten.  


André de reiziger, Don Hermano intussen, vaart er wel bij. Hij vindt deze compañeros  geweldige vrienden. Steeds als hij zo’n dode perenboom heeft veranderd in een stamgast, wordt dat “goede gevoel” nóg intenser. Daarom kan hij er nog steeds niet “genoeg van krijgen”en het is in ’t geheel niet denkbeeldig dat er nog tientallen compañeros bij zullen komen.  

Zie ze daar nu staan, met z’n bijna allemaal in het zuiderlicht – wat een prachtig gezicht al die vorm en en al die kleuren en strepen en stippels en uitdrukkingen…. die soms wel een beetje menselijk lijken…. maar dat is niet zo….het zijn stamgasten en niks anders, die optimaal kleuren in het zuiderlicht.  
Compañero had in het kille noorden waarschijnlijk daarom zijn kleurige huid verloren.
Zijn hemelsblauwe zuidelijke tinten waren niet opgewassen tegen de trieste winterse nattigheid op de noordkant van de dakkapel van de levensburcht, waar hij een tweetal jaren had gebivakkeerd.  



Deze reis hebben doña Kika, (de wera zomerkoningin) en don Hermano hem weer naar zijn geboortegronden gebracht. Don Hermano heeft hem opnieuw ingekleurd en nu staat hij als nooit te voren te stralen te midden zijn tientallen kameraden. Hier zijn ze ooit geworteld, hier zijn ze opnieuw geboren, hier voelen ze zich thuis.   Het is een geweldig mooi gezicht nu doña Kika ze voor de groepsfoto allemaal uit de Venta heeft gehaald, samen met Sjon de Bushman, die nog wat staat na te hijgen. Wilhelmina Nachtegaal is tezelfdertijd aan de overkant van de rivier een “nieuwe” orilla aan het maken.  

Hoe was dit alles toch gekomen? Hoe zit dit verhaal in elkaar?  

Acht jaren waren er grote zomerfeesten, die in de noordelijker werawereld werden gevierd. Daarna hoefde het niet meer zo nodig. Acht namelijk is genoeg; acht is goed.
Het wordt dan tijd om iets anders te gaan doen, iets nieuws en toch…. na acht  komt er nog negen en zelfs een tiende Wera zomerfeest.
Daarna is het echt genoeg – Dit tiende feest: “Tien jaar werawereld” staat écht in het teken van de verandering.   De tientallen feestgenoten bereidden voor dit laatste feest zelf hun feestelijke dis…. en er ontstond een tafel “mudvol” lekkernij.
André de reiziger verteld over het zuiderlicht en de feestgenoten hadden met vliegende vaandels en slaande trom een lange mars rond het noorden gehouden, waarna deze duistere richting voorgoed uit de WERA wereld was verdwenen…. bij wijze van spreken…. want het noorden blijft het noorden – daar is geen ontkomen aan.  

Don Hermano ziet het allemaal opnieuw gebeuren….wat een geweldig spektakel was ook dat laatste zomerfeest en dan kijkt hij naar Compañero…..en lacht hem toe.
 
De eerste stamgast, deze compañero was óók op dit laatste feest. Johanna de jonkvrouw (doña Neti) had hem in haar blauwe koetsje meegenomen, eerst naar haar eiland en daarna naar het feest…. Compañero had er zijn ogen uitgekeken, vanaf de reiskist op wielen waarvandaan André zijn orakelend verhaal vertelde, over Wera en over de zomerkoningin en over de houten schapen die hij had gemaakt en hoe hij deze schapen in Spanje had willen achterlaten – althans hun geesten – omdat hij ze niet meer nodig had om het noorden te bevechten en hoe hij tot de conclusie was gekomen dat daar een tweede Wera wereld moest worden gemaakt, maar dat hij dat alleen niet meer voor elkaar zou kunnen krijgen en hoe hij toen met de zomerkoningin en met de jonkvrouw een reisgenootschap had gevormd die een verbond had gesloten…. waar een kistje bij hoorde.

De reisgenoten gaan een plek in Spanje, in het zuiderlicht zoeken en daar kunnen zijzelf  dan genieten van de zon en kunnen de schapengeesten “altijd blijven wonen” en genieten van het zuiderlicht.   Het was niet echt moeilijk om een plekje te vinden, maar wel een heel gedoe om het te bemachtigen…. een spannend  avontuur dat op deze plek min of meer eindigt….hoewel het avontuur nog steeds doorgaat.  


André de reiziger had het tijdens het laatste zomerfeest aldus verwoord: “Finca la Venta del Sur ligt in een dal tussen bergen. Het is een stuk aarde met dode perenbomen en duizenden stenen. Er staat een oud huisje met een lekkend dak.
Er is daar geen waterleiding en ook geen elektrisch licht en boven dat stukje aarde zweven de vale gieren.  

De dode perenbomen zal André een nieuw leven geven, terwijl zijn houten kudde vanaf de eerste dag al boven de finca zweeft. Er is daar zelfs een oude vervallen schaapskooi, die herbouwd kan worden voor stam – en andere gasten…. Er is een ronde stenen dorsvloer, een zuidelijke steencirkel, waarboven de fincavlag uitbundig in de zuidenwind kan wapperen en er stroomt levenswater in de rivier. Er is daar heel veel ruimte voor een levenstuin….. een mooi project voor de komende 20 jaar.  

“Ja blauwe vriend, zo is het gekomen, zo zit het verhaal in elkaar” zegt don Hermano tegen Compañero.  


Het leven is goed in het zuiderlicht.